Vijf uur 's middags: De lucht kleurt lichtgrijs, vermengd met oranje, paars en zachte soorten geel. Zonsondergang over de Mekong, ik ben in Vientiane, Laos, en zit aan een rieten tafeltje aan de rand van de rivier. Heb weer heerlijke tijden achter de rug, dus ik zet mijn lege koffieglas neer en besluit jullie deze mail te gaan schrijven voordat ik me verlies in mijn laatste twee weken avontuur.
Na afscheid te hebben genomen van mijn Enfield, leek het me een goed idee een andere manier van transport onder de knie te krijgen: ik wilde gaan leren kayakken. Ik toog naar Pokhara en schreef in voor kayak 'clinic' met daaropvolgende wildwater tocht. Leek me dat alles wat met clinic en bovendien water te maken had, ik toch wel makkelijk onder de knie zou moeten kunnen krijgen.
Dus klemde ik mij de volgende dag in een kayak, leerde hoe je t zeiltje en jezelf vastzette en wiebelde mijn weg over t meer. Zigzag is makkelijker dan recht en balans is nooit mijn sterkste kant geweest. Maar wel, zo goed en kwaad als t ging arriveerde ik aan de overkant. En kon de oefeningen bijhouden.
Nou had mn instructeur wel gezegd wat ik moest doen in geval van, maar toen ik onverwacht omsloeg en ondersteboven in de kayak een toch wel erg hypoxisch moment meemaakte, leken die instructies geen zin te hebben. Waarom mijn handen langs de boot? Wat nou ontspannen wachten tot hij me kwam redden? Had hij nooit van zuurstofbehoefte gehoord?
Het groen van het water scheen me voor mijn ogen en hoewel ik de oppervlakte wel kon voelen (met mijn handen), kreeg ik de kano niet zo gedraaid dat ook mijn hoofd boven water kwam. Ik klauwde wat hopeloos in de rondte totdat ik houvast voelde. Mn redder was gearriveerd en ik kon mezelf omhoog werken.
Terwijl ik proestend naar adem hapte zei hij me keer op keer mn heupen te gebruiken om de boot te draaien. Ja vriend, dacht ik, als ik dat kon zou ik t gelijk doen, zo comfortabel voelde ik me niet met een kayak om mn benen en onderlijf geklemd, letterlijk worstelend om t hoofd boven water te houden. Maar
ik verloochen mijn zeeuwse geboortegrond niet: Luctor en eindelijk emergo, het lukt me mezelf uit de boot los te maken en met de benen weer vrij voel ik me weer thuis in het water.
Tijd dus om de eskimorol begeleid onder de knie te krijgen in plaats van dergelijke spontane acties. Ik oefen hardnekkig de hele dag, maar ben aan het einde zo moe dat nu de techniek er wel is, de kracht ver te zoeken is. Morgen verder.
Dacht ik. Ik word echter om een uur of twee 's nachts wakker: krampende darmen, brokkende maag, koorts en algehele malaise. Er gaat de komende dagen niet gekanoed worden door mij. Een regulier beest of toch teveel meerwater geslikt?
Mijn gastvrouwen zijn geweldig en verzorgen me met mintthee en verdraagbaar voedsel. Als ik dan toch ziek moet zijn, dan maar hier, en na een dag of drie wandel ik weer wat rond, en met behulp van wat antibiootsels ben ik na een week of zo weer geheel boven Jan.
Precies op tijd want ik heb de 22e afgesproken met Martine in Bangkok, om samen richting Cambodja te reizen.
In mijn laatste nacht in Kathmandu wordt er midden in de nacht op mijn deur geklopt. Ben nooit erg buddhistisch als ze me om niet dringende reden wakker maken. En niet dringend was het: het leger voor mn deur: controle (klaarblijklijk zochten ze iemand). Ben dus niet erg compassievol en bovendien in mijn nachtkledij (lees: nakend) dus die lui komen mn kamer niet in, controle of niet: 'i am not decent so butt of'. En doe de deur weer dicht. Ik had mn lenzen niet in dus zag niet veel behalve zon 6 schaduwen: 4 blauwig (leger?), en twee hotelstaf (voor de engelse ondertiteling). Lig weer net in bed, nogmaals klop op mn deur. Ik ben inmiddels goed over de flos, mij een beetje wakker maken voor dat soort nonsens, ruk de deur half open, en snauw ze toe: 'what did i tell you, i am not decent, you are not coming in' en sla die deur (iets te) hard dicht. Gaat drie minuten later de telefoon: (ondertussen mn kloosterervaring indachtig ik intussen afvragen of ik niet wat begripvoller en beleefder had moeten zijn). De receptionist: 'But do you know who they are, they are the army..'. Op zoveel misplaaste eerbied voor een leger kan ik maar een ding antwoorden: 'i know who they are, and i dont care, its in the middle of the night, are they out of their mind?' en leg de hoorn neer, draai me om, en ga slapen. Word ook niet meer gestoord.
Hoorde de volgende morgen op het vliegveld dat ze een hoop mensen (ik vrees de nepalis) buiten tegen de muur hebben gezet en gefouileerd oid.. Het was tijd dat ik vertrok.
In Bangkok ontmoet ik Martine, het is erg goed die weer te zien, en gelukkig is die wat beter op dit gedeelte van azie voorbereid dan ik, dus gewapend met internetuitdraai ontwijken we alle backpackvalkuilen qua touts en over land reizen naar Cambodja.
Soepel wisselen we bus, tuktuk en 'shared taxi' af en binnen een dag zijn we in Siem Reap. De eerste dag delen we auto en gids met twee engelsen waarmee we ook de taxi naar Siem Reap gehuurd hebben, en de volgende dag bekijken we de rest van Angkor Wat per fiets. Het is heerlijk door de omgeving van bossen en ruines wat rond te peddelen, te stoppen waar en wanneer ons goeddunkt. Verkeersborden waarschuwen ons voor overstekende olifanten, en in en in vriendelijke jongedames willen ons armbandjes, shawls of colddrinks verkopen, en passen zonodig op onze fietsen. Tussendoor beklimmen we vervallen tempels.
Ik was na zo'n zeven maanden op pad totaal 'onthaast' en ik lijk in drie dagen met Martine meer zicht te zien dan in drie weken daarvoor: de volgende dag snelboot naar Pnom Penh, daar het genocide museum, de 'killing fields', de russische markt, het paleis en de zilveren pagode bezocht. S avonds uitblazen in de 'foreigher correspondents club': weer curacaosche kolonialistische visioenen.
Ik geniet van haar aanwezigheid. Andere visies, nieuwe blikken. Een heerlijke afwisseling. Helaas heeft ze maar tien dagen, dus op naar de cambodjaanse kust waar we twee dagen chillen, vers fruit en garnalen eten aan het strand, en genieten van het Goede leven. De laatste avond wordt in Bangkok naast een go-go bar ook een kleermaker bezocht, ik ga 'net': in kashmir wollen rok op de motor gaat de gouden standaard worden in utregs' artsenland de komende twee jaar.
De tijd vliegt, zij ook (terug naar Connecticut) en ik neem de nachttrein van Bangkok naar de grens met Laos. Word weer eens getild door de immigratie (hun vreemd valuta koers komt niet helemaal overeen met die van de financiele wereld) maar met alleen thai cash geld heb ik niet veel te willen. Ow well.
Deze immigratiedienst is geen voorbode van de rest van het land, want in de afgelopen twee dagen imponeren de mensen me: in- en in vriendelijk, met de onschuld van voorheen, toen tijd nog geen geld leek te zijn, het leven wat langzamer geleefd werd, en waar het genieten van nu triomfeert over het verlangen naar toekomst. Dit is natuurlijk niet een reeel beeld, ik weet dat het een van de armste landen van de wereld is (vandaar natuurlijk die immigratieman), mensen hebben hier een kortere levensverwachting dan elders, en er zal een groot begrotingstekort zijn.
Maar toch, ik voel me hier enorm op mn gemak, en heb bovendien een motorverhuur gevonden die 250 cc honda baja offroad verhuurt, soort junior transalp. Dus morgen weer op pad. 'Cause the ride is nog steeds de reden..